Zo’n twintig jaar geleden verschenen twee uitdagende boeken die buiten de conventionele architectuurkritiek vielen. In 1996 publiceerde Joel Sanders zijn anthologie Stud: Architectures of Masculinity, een jaar later gevolgd door het provocerende Queer Space: Architecture and Same-Sex Desire van Aaron Betsky. Beide boeken richtten zich op de homocultuur in relatie tot architectuur. Om het blikveld van de discipline te verbreden kozen beide auteurs ervoor om de verhalen en ervaringen van mensen met een andere seksualiteit dan de heersende heteronorm centraal te stellen, namelijk die van lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transseksuelen (LHBT).

Sinds die tijd is er veel veranderd ten aanzien van de burgerrechten van de LHBT gemeenschap, in elk geval in Amerika en Europa. De LHBT-cultuur is mainstream geworden. De nieuwe openheid die daaruit voortkomt heeft ook invloed op onderzoek, ontwerp en geschiedschrijving. Door de discipline met een 'andere' blik te bekijken willen we manieren vinden om vanuit het LHBT perspectief tot een inclusieve benadering van architectuur en stedenbouw te komen.

In de eerste plaats zijn er talloze verhalen over individuen, gemeenschappen, plekken en gebouwen die verteld moeten worden als onderdeel van een emancipatiegeschiedenis. Door andere gebruikersperspectieven op de geschiedenis te openen wordt het mogelijk om kwesties aan de orde te stellen die eerder onderdrukt werden of gewoon over het hoofd gezien zijn. Behalve het bespreken van historische gevallen en het optekenen van verhalen willen we leren hoe dergelijke ‘geheime’ geschiedenissen ontsloten kunnen worden en welke beschikbare methoden en interpretaties daarbij van nut zijn.

Daarnaast impliceert een 'queer' perspectief op de architectuur een reflectie op het veranderende en veranderlijke idee van de homo-identiteit zelf. Het Engelse woord 'queer' is relatief recent weer in zwang geraakt en wordt vooral in een activistische context gebruikt. De historische voorbeelden in een queer geschiedenis van de architectuur zouden zichzelf heel anders gedefinieerd hebben, zeker niet op de expliciete en provocerende wijze die het moderne woord queer impliceert. Als methode is het zogenaamde 'queering' van de architectuur dan ook een politieke daad; niet alleen als een soort ‘coming out’ om de stilte van de archieven te doorbreken, maar ook als een daad van verzet op zoek naar nieuwe mogelijkheden en nieuwe ruimten die andere levensstijlen mogelijk maken.

Ten slotte is er nog het vraagstuk van een queering van de huidige genderdiscussie in het algemeen en in de architectuur in het bijzonder. Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw heeft een overvloed aan publicaties aangetoond dat de architectuur intrinsiek geseksualiseerd is: als beroep, als de produktie van sociale, publieke en huiselijke ruimte en als taalsysteem van metaforen. Wat is de waarde van een queer perspectief op deze kwesties? Is het mogelijk om een werkwijze te ontwikkelen die tegenstellingen, zoals die tussen veronderstelde mannelijke en vrouwelijke waarden, overstijgt? Kan architectuur gedaanteverandering omarmen en ruimte bieden aan veranderlijke identiteiten?

Sprekers zijn onder anderen Henry Urbach, die in 1994 de tentoonstelling 'Queer Space' in New York organiseerde, Wolfgang Voigt, die samen met Uwe Bresan aan een boek werkt over homoseksuele architecten, en Riëtte van der Werff, die bezig is met een bouwproject voor LGBT-senioren in Amsterdam.

Aanmelden kan door een bericht te sturen naar Dirk van den Heuvel, hoofd van het Jaap Bakema Study Centre.

Thursday Night

Na het seminar kunt u om 18.30 uur aanschuiven voor een gezamenlijk diner, dat voorafgaat aan het Thursday Night programma Dwars door het archief: Through Queer Eyes om 20.00. De maaltijd van verse, biologische producten wordt geserveerd in Het Nieuwe Café en kost € 17,50 inclusief drankjes. Reserveren voor het diner kan tot een dag van tevoren.

datum
15/09/2016
tijd
15:00 – 17:30
taal
English
 
locatie

Het Nieuwe Instituut
Museumpark 25
3015 CB Rotterdam