De architectuur en interieurs van De Stijl zijn wereldberoemd. Nederlandse architecten en vormgevers als Gerrit Rietveld, Theo van Doesburg, Cornelis van Eesteren en J.J.P. Oud hebben de weg vrijgemaakt voor generaties vernieuwers na hen. Over de wortels van De Stijl is minder bekend. In Den Haag tonen Gemeentemuseum Den Haag en Het Nieuwe Instituut een overzicht van tekeningen, maquettes en meubelstukken van deze invloedrijke kunstbeweging. Voor het eerst samengebracht bieden de werken verrassende inzichten: dat wat eenduidig of simpel oogt, is dubbelzinnig en complex. En wat nieuw lijkt, blijkt soms al langer te bestaan.

Aan de hand van de thema’s kleur, ruimte, transparantie en technische innovatie toont de tentoonstelling de wortels van De Stijl in de 19e eeuw. Bezoekers zien hoe de kunstenaars en ontwerpers van De Stijl schatplichtig zijn aan de generaties voor hen: ze eigenden zich bestaande technieken toe en gaven nieuwe invullingen aan concepten, thema’s en ideeën van ingenieurs en vaklieden. Tegelijkertijd worden ook de verschillen duidelijk: in tegenstelling tot hun voorgangers en tijdgenoten, die veelal functionele oplossingen zochten bij problemen, beschouwden de leden van De Stijl kunst als dé oplossing.

De tentoonstelling Architectuur en interieur. Het verlangen naar Stijl combineert tekeningen, maquettes, schilderijen, voorwerpen en meubelstukken van aan De Stijl gelieerde kunstenaars met ontwerptekeningen en ruimtelijke objecten vanaf de late 19e eeuw. Op die manier wordt ontrafeld hoe de leden van De Stijl een radicaal nieuwe vormentaal scheppen, maar ook bestaande technieken en materialen toepassen om hun ideeën te verwezenlijken. Veel ideeën van de architecten en vormgevers van De Stijl blijken richtinggevend voor de internationale architectuur en zijn ook nu nog van invloed op onze manier van wonen en leven.

Nieuwe vormentaal

De tentoonstelling laat zien dat het nieuwe waarnaar de ontwerpers van De Stijl streven, niet noodzakelijk voortkomt uit uitvindingen uit het niets. Hun ontwerpen zijn vooruitstrevend, eigenzinnig en tegendraads, maar bouwen ook voort op wat al bestaat. Zo laten technische innovaties en nieuwe materialen het al vanaf de 19e eeuw toe gevels en constructies ‘open’ te breken en doorlopende glazen winkelpuien te bouwen. Meubelontwerper en architect Gerrit Rietveld (1888-1964) gebruikt simpel hout en triplex om zijn vernieuwende vormencombinaties te scheppen. Oud herschikt de functionele onderdelen van een gevel (lateien, ramen en deuren) om heldere en visueel abstracte gevelcomposities te creëren. En kwalificaties als ‘zuiverheid’ en de door Van Doesburg geïntroduceerde ‘machine-esthetiek’ zijn ook te herkennen in vroegere sanatorium- en ziekenhuisinterieurs.

Het Gemeentemuseum Den Haag, dat een schitterende De Stijl-collectie bezit, en Het Nieuwe Instituut werkten voor deze tentoonstelling nauw samen. Zo zijn uit de archieven van Het Nieuwe Instituut onder meer originele ontwerptekeningen en maquettes van Theo van Doesburg, J.J.P. Oud, Jan Wils, Cornelis van Eesteren, Gerrit Rietveld en Vilmos Huszár te zien.