Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Vensters

Maanden in isolatie hebben iedereen – waarschijnlijk meer dan ons lief is – geconfronteerd met het interieur van ons huis. Sommigen trokken zich terug tussen de vertrouwde meubels, boeken, spullen, anderen sloegen massaal aan het opruimen. Idealen van schoonheid en reinheid beleefden dankzij covid-19 een opleving; een echo van de hygiënebeweging uit het begin van de twintigste eeuw, die mede dankzij het modernisme breed navolging kreeg. Onder de noemer van een Internationale Stijl werden moderne bouwtechnieken en gladde materialen benut voor efficiënte, functionele gebouwen, vol met meubels van glanzend chroom. Dat moderne meubilair was trouwens in eerste instantie slechts weggelegd voor een avant-garde. Het moest echt aan de man worden gebracht, maar dankzij de reclame is aan die rationale functionaliteit alsnog een gevoel van huiselijkheid verbonden.

De afgelopen tijd is er meer geskypet, geteamd, gezoomd, genetflixt en gehousepartied dan ooit tevoren. De daarvoor vereiste schermen zijn niet meer weg te denken uit onze huizen en onze interieurs. Hoe hebben ze deze plaats eigenlijk veroverd? Een theorie is dat ze reeds lang geleden zijn binnengesmokkeld in de vorm van vensters. Het interieur is volgens die theorie altijd gericht geweest op de opening, op het uitzicht naar buiten. Vervolgens voegden we aan de spaarzame openingen, kunstmatige vensters toe: eerst waren het tapijten, daarna schilderijen en later de eerste, lijvige televisietoestellen. En ten slotte computerschermen. Maar een beeldscherm is niet alleen maar een venster. Het is ook een camera; de camera van iemand anders, maar op onszelf gericht. De wereld in het beeldscherm is minstens zo nieuwsgierig naar ons, als wij naar die wereld. Zo komt het dat in onze behoefte aan vensters, ons leven inmiddels is volgestopt met camera’s, zodat anderen onze vertekende, door het beeldscherm opgelichte gezichten voortdurend in de gaten kunnen houden.

We staren naar het scherm in de veronderstelling dat we naar de buitenwereld kijken, maar in feite kijkt de buitenwereld naar binnen en worden wij doorlopend geobserveerd.

Het tweede deel van tekst is een bewerking van een citaat uit de Benno Premsela lezing 2013 ‘Interieur in oorslogstijd’ van Matthew Stadler. 

datum
01/06/2020
tot
01/09/2020
taal
Nederlands en Engels
 
locatie

Het Nieuwe Instituut
Museumpark 25
3015 CB Rotterdam

toegang

Gratis

Unlocked/Reconnected

‘Thuis’ is een woord dat voor iedereen een eigen lading heeft. Het is de fysieke plek dichtbij, de ruimte van je huis, maar ook het ‘land’, het gebied dat gemist wordt wanneer je er vandaan bent. Thuis is de plek waar je geschiedenis en ideeën deelt, waar een continuïteit van aanwezigheid is.

Dankzij de coronacrisis heeft het begrip een bijzondere lading gekregen. Wat is ‘thuis’ in een tijd van een pandemie? Je huis kan een plek voor liefde en geborgenheid zijn, maar ook een plek die gekenmerkt wordt door oppressie en angst. En voelde ons huis überhaupt nog wel als een thuis in een wereld die geglobaliseerd, gedigitaliseerd en permanent in beweging is? Wat zijn de noties van een (t)huis en de poëtische reflecties die daarbij horen?

De tentoonstelling Unlocked/Reconnected wil verschillende noties van de begrippen ‘huis’ en ‘thuis’ inzichtelijk maken. Het is een project dat de meest uiteenlopende ‘huizen voor de kunst’ met elkaar verbindt: musea, presentatie-instellingen, galeries, kunstenaarsinitiatieven en bedrijfcollecties. Vertrekpunt voor Unlocked/Reconnected is het idee van solidariteit, de wil om gezamenlijk te reflecteren op wat (t)huis is. De wereld moet niet gefragmenteerd worden, niet opgebroken in een veelvoud van vier muren: juist een bundeling van krachten en locaties, nationaal en internationaal kan een ander gezicht geven aan wat thuis/huis kan betekenen. Unlocked/Reconnected is een initiatief dat voortkomt uit een gevoel dat het open stellen van het huis na de lockdown ons noodzaakt om te heroverwegen hoe ‘(t)huis’ er uit zou kunnen zien.

Unlocked/Reconnected strekt zich uit over een grote hoeveelheid locaties, die elk één werk naar eigen keuze presenteren - of het nu een schilderij, een sculptuur, een performance of een video-installatie is. Iedere instelling installeert het werk van keuze in ‘de hal van het huis’, oftewel het entreegebied van de betreffende locatie.