Eind jaren negentig is een inventarisatie gemaakt van het fotomateriaal dat tot dan toe verborgen zat in de collectie van het toenmalige Nederlands Architectuurinstitiuut, nu Het Nieuwe Instituut. De foto's werden door architecten gebruikt voor publicaties, onderwijs en lezingen en konden de drager zijn van nieuwe stromingen en ideologieën. Door de afdrukken en negatieven uit de verschillende archieven te lichten, werd inzicht verkregen in de fotohistorische en documentaire waarde ervan.

Democratisering van de samenleving

Rond 1950 trad een nieuwe generatie fotografen voor het voetlicht. Eén van hen was de architectuurfotograaf J. Versnel. Versnel was in de oorlogsjaren ondermeer opgeleid aan de Grafische School in Amsterdam waar hij les kreeg van Eilers, en aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs waar D'Oliveira hem in de fotografie onderrichtte. Na zijn opleiding werkte hij enige tijd als assistent voor de arts en fotograaf N. Jesse. Het was Jesse die hem in aanraking bracht met architecten als G. en J. Rietveld. Eenmaal in deze kring opgenomen groeide Versnel uit tot een zeer succesvolle architectuurfotograaf. Vanaf 1950 werkte hij samen met talloze (interieur)architecten waaronder Oud, G. en J. Rietveld, H. Salomonson en C. de Vries. Hij voelde verwantschap met het werk van deze moderne architecten en probeerde in zijn foto's de essentie van de door hen gecreëerde ruimten te vangen. Vanaf 1952 maakte hij regelmatig foto's in opdracht van de Stichting Goed Wonen. Hij werd hierin bijgestaan door A. Plas die als assistent enige tijd voor hem werkzaam was.

In de jaren zestig en zeventig democratiseerde de Nederlandse samenleving. In de architectuur kwam de mens nadrukkelijk centraal te staan. Architecten als J. Bakema, A. van Eyck, H. Haan en ook H. Hertzberger geloofden in een humane architectuur vol van emotionele expressie. Deze architecten zaten van 1959 tot 1963 gezamenlijk in de redactie van het tijdschrift Forum. In dit tijdschrift kreeg het beeld, en ook de fotografie, een cruciale rol. Foto’s van V. Cornelius, die voor Haan fotografeerde op zijn reizen door Afrika, werden afgewisseld met foto's van pleintjes in Rome, straatbeelden en situatiefoto's. Meestal kwamen er mensen op de foto's voor. De nieuwe architectuuropvattingen vonden ook in de fotografie hun weerslag. Er ontstond een meer documentaire vorm van architectuurfotografie waarbij grofkorrelige opnamen in de plaats van scherpte en helderheid traden. Een vorm van fotografie waarin behalve Cornelius ook W. Diepraam en C. Wessing uitblonken. Forum werd een nieuw podium voor toonaangevende architectuurfotografie.

In de jaren tachtig en negentig van de twintigste eeuw keerden zowel in de fotografie als in de architectuur het formalisme terug. Technieken uit de reclamefotografie werden niet geschuwd en hoogwaardige kleurenfotografie en druktechnieken verdrongen langzamerhand het zwart-wit beeld. De jaren tachtig en negentig van de twintigste eeuw toonden de nieuw verrezen architectuur in een mythische kleurengloed. Met de ontwikkeling van de fotografische techniek veranderde tevens de ervaring van de architectuurfoto. De laatste jaren van de twintigste eeuw laten echter een kentering zien. De mens en menselijke onvolmaaktheden worden niet langer onzichtbaar gemaakt. Architectuur is in de fotografie van nu mlnder geïsoleerd van het menselijk leven dan in de jaren tachtig en de vroege jaren negentig het geval was.

Architectuuragenda 2000 : architectuurfotografie. Nederlands Architectuurinstiuut, Loes van Harrevelt en Anouk de Wit. NAi Uitgevers, Rotterdam 1999. De agenda is voor inzage beschikbaar in het Study Centre.