Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Aan de opbouw van het archief valt direct Van Eesterens veelzijdigheid af te lezen. Naast de rubrieken  over architectuur en stedenbouw zijn er archiefdelen die het nog complexere schaalniveau van de planologie betreffen. Het stedenbouwkundig ontwerp voor Lelystad en het plan voor de inrichting van de IJsselmeerpolders zijn letterlijk en figuurlijk op een onbeschreven blad begonnen. Behalve binnen Nederland speelde Van Eesteren ook internationaal een betekenisvolle rol. De grote hoeveelheid archiefmateriaal over de CIAM (Congrès Internationaux d'Architecture Moderne) illustreert dit.

De inhoud van het archief maakt waar wat de opbouw belooft. Van Eesteren kon veel, hij tekende naar de natuur, concipieerde 'De Stijl'-gebouwen samen met Theo van Doesburg, was naast Theo van Lohuizen het brein achter het Algemeen Uitbreidingsplan voor Amsterdam en als adviseur betrokken bij structuurplannen voor gehele regio's in Nederland. Het archief omvat de visuele neerslag van zijn talenten – en het geeft een beeld van de manier waarop hij zijn inspiraties verwierf. Van Eesteren las en verzamelde informatie over klassieke en moderne kunst, New Towns in Engeland en Brazilië, verkeerskundige ontwikkelingen, demografie, groen in de stad, industrialisatie, bestuurskunde en nog veel meer. Hij organiseerde talrijke excursies en studiereizen naar binnen- en buitenland. Op zijn privéreizen over de hele wereld maakte hij foto's van infrastructuur en parken. In briefwisselingen met vrienden en vakgenoten werden kennis en opvattingen tot op de essentie beargumenteerd. Hier was een ware generalist aan het werk.

Van Eesteren lijkt werkelijk alles bewaard te hebben: van de brieven van Le Corbusier en concept-dossiers van mede-adviseurs tot vakantiefolders van berghutten in Oostenrijk. Krantenknipsels over bijna elk mogelijk thema vormen een substantieel onderdeel van dit archief.  Twee derde van de inventarisnummers bevat dan ook tekstueel materiaal en maar één derde tekeningen en kaarten– toch een verrassende constatering bij het archief van een ontwerper.

Van Eesteren sprak zijn talen. Naast de vele Engels- en Franstalige stukken vallen zijn goed geschreven Duitse teksten op. Decennialang wisselde hij van gedachten met, onder andere, de Zwitserse architectuurhistoricus Siegfried Giedion. In het archief is veel materiaal over het voor- en naoorlogse Duitsland te vinden. Na het winnen van de Prix-de-Rome in 1922 maakte Van Eesteren een studiereis door Duitsland, ontmoette talrijke vakgenoten en scheef naderhand een gedetailleerd verslag. Na de oorlog bestudeerde hij de verschillende strategieën voor de Wederopbouw. Ook hiervan maakte hij een uitvoerig verslag met vele analyserende tekeningen.

Het archief bevat ook stukken, die niet eenduidig aan de overzichtelijke structuur van het geheel te relateren zijn. Het gaat, onder andere, om reisdocumentatie, zakboekjes en agenda's, foto's, algemene correspondentie en krantenartikelen. Hier wacht een schat aan informatie op nadere duiding. Van Eesteren was klaarblijkelijk zó breed georiënteerd, dat zijn interesses elke orde overstijgen. 'Hij had belangstelling voor alles, of het nu kunst was of wetenschap, oud of modern, uit de hele wereld', schreef Neil MacGregor, directeur van het British Museum, over de schrijver Johann Wolfgang von Goethe (2). Deze typering past ook Cornelis van Eesteren.

Tekst Andrea Prins

1 Totaal aantal inventarisnummers: 4817, waarvan 1546 (32%) op 'stuk'-niveau. De 'stukken' zijn enkele tekeningen.
2 Neil MacGregor Duitsland. Biografie van een natie (2014); Nederlandse uitgave (Amsterdam, 2015), p.144.