Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft Het Nieuwe Instituut gevraagd te onderzoeken hoe om te gaan met de archieven van tuin- en landschapsarchitectuur. Aanleiding is het ontbreken van een duidelijke bewaarplaats, waardoor dit materiaal moeilijk zijn weg vindt naar culturele instellingen, versnipperd raakt of zelfs verdwijnt. Het onderzoeksrapport is op 8 juli aangeboden aan minister Van Engelshoven. Zij gaf aan in het najaar al de eerste vervolgstappen mogelijk te willen maken op basis van de aanbevelingen.

Inclusieve benadering

Voor elke discipline die Het Nieuwe Instituut bestrijkt geldt dat het een inclusieve benadering prefereert. De traditionele focus op ontwerp als proces en uitkomst van een exclusieve beroepspraktijk wordt op allerlei manieren ter discussie gesteld. Ontwerp is niet meer uitsluitend voorbehouden aan de gediplomeerde gemeenschappen van professionals. En de beschouwing van de ontwerpen is al evenmin het particuliere domein van een groepje specialisten. Het instituut neemt meerstemmigheid als een leidend principe, daarom is het volkomen logisch dat het een podium wil bieden aan zoveel mogelijk verschillende praktijken en zienswijzen.

Het Nieuwe Instituut ziet deze inventarisatie van het archiefvraagstuk in tuin- en landschapsarchitectuur dan ook als een eerste stap, een verkenning van het professionele veld. Het brengt de gedeelde zorg over verweesde archieven in beeld en ondersteunt de roep om erkenning van het belang van een gedegen archivering op dit gebied. Naast de blikrichting van professionele auteurs zijn er meerdere perspectieven op tuin en landschap mogelijk. Deze verdienen eveneens aandacht, bijvoorbeeld via een ontsluiting die is gebaseerd op meerdere perspectieven en die dwars door disciplines en beleidsvraagstukken heen snijdt. Daardoor kunnen we het verleden beter duiden en vanuit dat vertrekpunt mogelijke toekomstscenario’s schetsen.

Netwerkvorming

De planvorming rond de Archieven Design en Digitale Cultuur berustte al op het idee van het netwerk. Nu komt eenzelfde model naar voren in de Inventarisatie Archieven Tuin- en Landschapsarchitectuur. Het Nieuwe Instituut ziet meerwaarde in het feit dat deze beweging vanuit het veld zelf op gang wordt gebracht. Onder invloed van digitalisering is fysieke clustering van collecties geen noodzaak meer voor een goede ontsluiting. Het netwerk verenigt als vanzelf verschillende benaderingen en wijzen van omgang met erfgoed. Daarmee biedt het de garantie voor een meerstemmig perspectief op vakgebied, oeuvres, thema’s, interpretaties en narratieven. Door de nadruk te leggen bij ontsluiting, kan het netwerk gebruikers actief betrekken bij het ondervragen en duiden van het erfgoed. En bij het verbinden van die historische bronnen met de ruimtelijke opgaven van vandaag en morgen.

Het is kenmerkend voor deze tijd om ontwerp te verbinden aan maatschappelijke vraagstukken. Dat zal er ongetwijfeld toe leiden dat maatschappelijke partijen – van burgerinitiatieven tot ondernemingen en stadsecologen – bij het denken over de archieven betrokken zullen raken. Een netwerkbenadering kan helpen het discours op gang te brengen en gezamenlijke ambities te verwoorden. Met het duurzaam digitaal ontsluiten van de tuin- en landschapsarchitectuurarchieven als stip op de horizon.

Het rapport

Voor dit onderzoek is een groot aantal gesprekken met betrokkenen gevoerd, en zijn tijdens bijeenkomsten kennis, opinies en verwachtingen gepeild. Dit advies richt zich primair tot de minister van OCW. Maar tegelijk biedt het andere geïnteresseerde partijen een kader om in de komende jaren hun bijdrage te leveren. Het onderzoek heeft geresulteerd in zes adviezen. De kernpunten betreffen:

  • De plek van de archieven in het erfgoedbeleid;
  • De keuze voor een netwerkvorm;
  • De coördinatie van het netwerk;
  • De programmatische werkwijze van het netwerk; 
  • Op korte termijn concrete acties inzetten; 
  • Bevordering van een archiefcultuur.