Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Scheuren, kreukels en schimmels bedreigen de nalatenschap van Gerrit Rietveld, Jaap Bakema en andere Nederlandse architecten van naam. Om hun kwetsbare ontwerptekeningen te behouden begint binnenkort een omvangrijk en kostbaar restauratieproject.

Tekst: Henny de Lange. Dit artikel is eerder verschenen in Trouw, 18 augustus 2018 naar aanleiding van het project 'Architectuur Dichterbij'

Heeft de architect met koffie gemorst? Of hebben de vlekken op de tekening een andere oorzaak? Behrang Mousavi, als general manager erfgoed verantwoordelijk voor het Rijksarchief en de collectie architectuur en stedenbouw van Het Nieuwe Instituut (HNI) in Rotterdam, tuurt naar de bruine spatjes. Hij vreest dat het 'foxing' is: een chemische reactie in papier doordat het met vocht in aanraking is geweest. Gaandeweg zal de bruine 'schimmel' zich uitbreiden. Daar is Mousavi niet blij mee, want dit is een topstuk in de collectie: een ontwerpschets uit 1923 van Theo van Doesburg (1883-1931), grondlegger van de kunstenaarsbeweging De Stijl. Hij maakte hem voor Maison d'Artiste, een kunstenaarshuis in de typische Stijl-kleuren geel, blauw en rood dat hij samen met architect Cor van Eesteren ontwierp, maar dat niet is gerealiseerd.

Nog meer tekeningen hebben Mousavi's medewerkers Alfred Marks en Diana de Man voor Trouw uit het depot van Het Nieuwe Instituut (voorheen Nederlands Architectuurinstituut) gehaald. Om te laten zien dat de conditie van de architectuurcollectie en met name de calqueertekeningen (op doorzichtig papier) te wensen overlaat. En dat het een monsterklus wordt om dit Nederlandse erfgoed te behouden en te restaureren.

Met 4 miljoen objecten, waaronder 1,4 miljoen tekeningen, 300.000 foto's, 70.000 boeken en duizenden maquettes, beheert het instituut een van de grootste architectuurcollecties ter wereld. Het omvat  ruim 700 archieven die een beeld geven van de Nederlandse architectuur en stedenbouw vanaf 1850. Mousavi: "Eigenlijk zijn we een soort rijksmuseum voor architectuur en stedebouw."De collectie, die in 1993 van Amsterdam naar Rotterdam werd overgebracht, is in het verleden niet altijd zorgvuldig behandeld. Maar ook de architecten zelf gaan niet altijd voorzichtig om met hun schetsen en presentatietekeningen. Met als gevolg scheuren, kreukels, vlekken en verkleuringen, dat laatste ook door de lijm uit plakband.

Sinds zijn aantreden in 2010 heeft Mousavi eraan gewerkt om de staat  van de architectuurcollectie in kaart te brengen. Om ook de politiek te overtuigen van de noodzaak van maatregelen die de nalatenschap van beroemde architecten als Pierre Cuypers, Gerrit Rietveld, Michel de Klerk en Jaap Bakema veilig stellen. Dit voorjaar resulteerde zijn monnikenwerk in een geweldige 'opsteker'. Het ministerie van cultuur stelt eenmalig elf miljoen euro beschikbaar voor restauratie en versnelling van de digitalisering van de collectie.

Digitaliseren

Zes jaar heeft Mousavi ervoor uitgetrokken om de belangrijkste en meest kwetsbare tekeningen te conserveren en digitaliseren. "Dan kunnen we ze ook weer zonder hoge risico's laten zien in onze studiezaal, waar veel studenten en onderzoekers uit binnen- en buitenland onze archieven raadplegen." Ook kunnen de beschadigde tekeningen na restauratie weer reizen naar exposities. Daar komt volgens Mousavi steeds meer vraag naar. "Voor de  tentoonstelling over De Stijl in het Haags Gemeentemuseum hebben we 130 tekeningen uitgeleend."

Ook bij restauraties en verbouwingen worden vaak architectuurtekeningen opgevraagd. "Onlangs kwam architect Pi de Bruijn langs voor zijn ontwerpen voor de Tweede Kamer, die de komende jaren wordt verbouwd. Bij de verbouwing van het Rijksmuseum in Amsterdam is gebruik gemaakt van het archief van architect Pierre Cuypers dat hier wordt bewaard."Wat de restauratie van de tekeningen ingewikkeld maakt, is dat nog weinig bekend is hoe het kwetsbare calqueerpapier waarmee de meeste architecten werken, het beste geconserveerd kan worden. Scheuren worden nu meestal gerepareerd met Japans papier, een bindmiddel en een speciaal restauratiestrijkijzertje. Mousavi: "We willen nieuwe restauratietechnieken ontwikkelen en die kennis wereldwijd delen." Daarnaast zal samen met wetenschappers en designers ook een nieuw type handschoen worden ontwikkeld als alternatief voor de zweterige nitril handschoenen waarmee nu wordt gewerkt in archieven.

Trouwgebouw

Intussen hebben Marks en De Man een enorme tekening open gevouwen van -  en dat is vast geen toeval - het ontwerp voor de voormalige Parooltoren en het oude Trouwgebouw aan de Wibautstraat in Amsterdam. Ze werden in de jaren zeventig ontworpen door het Rotterdamse architectenbureau Van den Broek en Bakema. In die tijd plakten architecten vaak stukken gekleurde folie op de achterkant van het kalkpapier om daarmee diepte te creëren in de tekening. Door de lijm waarmee de folie is vastgeplakt zijn er verkleuringen ontstaan. De lijm zou op den duur ook het papier kunnen 'opvreten'. Mousavi: "We zullen ook iets moeten ontwikkelen om het verkleuringsproces te stoppen, want het folie kun je er niet afhalen zonder schade te veroorzaken." Verder moet er bedacht worden hoe de tekeningen het beste bewaard kunnen worden. Nu worden ze vaak - zeker als het om grote formaten gaat - als een laken opgevouwen en in een doos gestopt. Daardoor gaan ze scheuren op de vouwnaden. Opgerolde tekeningen beschadigen vaak aan de randen en scheuren snel als ze worden geraadpleegd. Plat bewaren is de beste optie, maar vraagt veel ruimte.

In het versnellen van de digitalisering wordt  circa 1 miljoen geïnvesteerd. Er zijn nu 200.000 tekeningen als digitale afbeelding toegankelijk, daar komen er jaarlijks minimaal 50.000 bij. Het is niet de bedoeling om alle 1,4 miljoen tekeningen te digitaliseren, benadrukt Mousavi. "We doen alleen de belangrijkste projecten van architecten. Maar belangstellenden kunnen wel digitaal een compleet overzicht opvragen. Als ze iets willen zien dat niet gedigitaliseerd is, kunnen ze dat hier in de studiezaal komen bekijken."Maquettes vallen niet onder deze operatie, ook omdat de meeste in goede staat zijn. De collectie breidt inmiddels nog steeds uit. Herman Hertzberger heeft zijn archief in 2014 overgedragen, in 2015 gevolgd door het architectenbureau MVRDV. Tachtig procent van het archief van dit bureau is digitaal. Het  behoud van digitale archieven is een apart verhaal, dat ook buiten dit restauratieproject valt. Ook beheert het instituut het vroege, voornamelijk Nederlandse deel van het archief van OMA, het bureau van Rem Koolhaas. De architect die nu de meeste ruimte beslaat in de collectie is Jaap Bakema. Zijn archief telt 1,6 km op een totaal van 18 km. Lang niet alle ontwerpen zijn uitgevoerd. Mousavi schat dat zestig procent van de collectie niet is gerealiseerd. Waarom de tekeningen dan toch worden bewaard? "Omdat ze inzicht geven in de visie en werkwijze van een architect en het beeld completer maken."

Krabbels

Marks en De Man laten tot slot nog een aantal schetsen zien, sommige vergezeld van krabbels van de architect. Mousavi: "Het mooie van originele tekeningen is dat je er letterlijk de hand van de architect in kunt zien. Ze vertellen ook iets over zijn persoon. Bijvoorbeeld dat iemand erg zuinig was, omdat ook de achterkant van het papier is betekend." Namen noemt hij niet, maar er zitten ook tekeningen bij waaraan je kunt zien dat de architect dronken moet zijn geweest toen hij aan het schetsen was.