De tentoonstelling Finders Keepers presenteert verzamelingen van waardevolle en waardeloze objecten om vervolgens stil te staan bij de verhalen die daarachter schuil gaan. De verzamelaar kiest, selecteert, combineert en bouwt stapsgewijs aan een geheel eigen universum. Soms op een wetenschappelijke manier, soms vanuit een innerlijke drang. Het Rijksarchief voor Nederlandse Architectuur en Stedenbouw is in feite een verzameling van verzamelingen. En ook binnen de afzonderlijke archieven zijn weer kleinere verzamelingen te onderscheiden. Finders Keepers toont er enkele, die iets onthullen van de drijfveren van de ontwerpers en de verzamelaars.

De kroontjespennen van Jan Wils

Het archief van architect Jan Wils (1891-1972) bevat een uitzonderlijke verrassing: een doos met 867 kroontjespennen in verschillende dikten en van uiteenlopende merken. Deze verzameling illustreert het grote belang dat hij hechtte aan de tekening als  uitdrukkingsmiddel. Wils volgde tekenlessen aan de Burgeravondschool in Alkmaar maar leerde het vak, net als veel tijdgenoten, vooral in de praktijk, in het aannemersbedrijf van zijn vader. Hij werkte in een periode waarin de architectonische tekening hét ontwerpinstrument bij uitstek was. In de tekening kon een architect alle aspecten van zijn ontwerp uitdenken, vastleggen en overbrengen aan opdrachtgevers, aannemers en uitvoerders op de bouw. Tot in de jaren zestig werden kroontjespennen en Oost-Indische inkt gebruikt om architectuurtekeningen, die in potlood werden opgezet, uit te werken in lijnen van verschillende diktes en functies. Wils was een begenadigd tekenaar die zowel met potlood, aquarel als Oost-Indische inkt uit de voeten kon. Van enkele prestigieuze ontwerpen liet hij rond 1920 door kunstenaar Piet Zwart presentatietekeningen maken: een feestelijk spel van krachtige vluchtlijnen, schaduwwerkingen en architectonische details in zwarte inkt.